Biografie

Antonio Giuriolo

Italië

Markeren

Deel

Antonio Giurolo werd op 12 februari 1912 geboren in San Pietro a Castello di Arzignano (Vicenza). Hij stond bekend als „Capitano Toni”, was leraar en later partizanenleider in de regio’s Veneto en Emilia. In beide rollen was hij bovenal een groot leermeester in het leven en in moed.

Als zoon van Pietro, een socialistische advocaat, en Marina Arreghini, zette Giuriolo na twee jaar basisschool in zijn woonplaats zijn opleiding voort in Bologna. In 1924 verhuisde het gezin naar Vicenza, waar hij naar het Liceo Pigafetta ging. In 1930 schreef hij zich in aan de Universiteit van Padua, waar hij in 1933 afstudeerde in de rechten en in 1935 in de letteren.

Hij raakte bevriend met Aldo Capitini, een filosoof en religieus denker met wie hij zijn idealen van geweldloosheid, waarachtigheid en niet-medewerking aan het fascistische regime deelde. Ook leerde hij Norberto Bobbio kennen, filosoof, jurist, politicoloog, historicus en senator, met wie hij voor het eerst bijeenkomsten van de liberaal-socialistische beweging begon bij te wonen. Giuriolo onderscheidde zich als vertaler en literair criticus; hij weigerde lid te worden van de Nationale Fascistische Partij en voorzag in zijn levensonderhoud met incidentele docentschappen.

Tijdens zijn militaire dienst volgde Giuriolo de opleiding tot infanterieofficier in Salerno. In 1934 werd hij als luitenant uit dienst ontslagen, maar hij werd opnieuw opgeroepen in 1936 en nogmaals in 1939, toen hij werd overgeplaatst naar het 3e Alpenregiment. In 1940 trad hij definitief uit dienst. Tussen 1941 en 1942 organiseerde hij in Vicenza studentengroepen, waarbij hij hen kennis liet maken met het antifascisme en met het vrije debat. Op 1 januari 1943 werd hij als kapitein opnieuw opgeroepen voor het 7e Alpenregiment in Belluno. Ondertussen was hij medeoprichter van de Partito d’Azione (Actiepartij) in Veneto, die tot doel had het fascisme te bestrijden.

Na de wapenstilstand van 8 september 1943, waarmee Italië zich overgaf aan de geallieerde troepen, sloot Giuriolo zich aan bij het verzet bij de Giustizia e Libertà-brigades, actief in Friuli en vervolgens in de omgeving van Belluno. In mei 1944 verhuisde hij naar het Altopiano dei Sette Comuni, waar hij een groep studenten organiseerde, de „piccoli maestri“, zoals de schrijver Luigi Meneghello zich herinnert. Zijn nom de guerre was „Capitano Toni“.

Hij raakte tijdens een razzia gewond aan zijn hand en werd in Bologna behandeld. Daarna aanvaardde hij het voorstel van Gianguido Borghese, regionaal commandant van de Matteotti-brigade, om de Matteotti-brigade „Montagna“ in de bovenloop van de Reno-vallei te reorganiseren. Onder zijn bevel opereerde de eenheid tussen Bologna, Modena en Pistoia, en droeg zij bij aan de bevrijding van diverse steden, waaronder Porretta Terme, dat werd overgedragen aan de Amerikaanse soldaten van het 5e leger. Nadat de brigade opnieuw was bewapend, schakelde zij over op stellingenoorlogvoering en raakte zij verwikkeld in hevige gevechten.

Op 12 december 1944 werd Giuriolo bij Corona di Lizzano in Belvedere tijdens een gevecht door een salvo gedood, terwijl hij probeerde de lichamen van zijn kameraden te bergen. Zijn medepartizanen Pietro Galiani en Nino Venturi kwamen samen met hem om het leven. De lichamen werden in maart 1945 geborgen. Giuriolo werd postuum onderscheiden met de Gouden Medaille voor Militaire Dapperheid.